In rally’s leggen, op gewone personenauto’s gelijkende, auto’s klassementsproeven af over secundaire wegen en paden. Dit gebeurt tegen de klok en niet direct tegen elkaar. De auto’s zijn aangepaste versies van productie-auto’s. Het vermogen, de wegligging en de veiligheid voor de inzittende rijder en navigator, zijn de belangrijkste veranderingen ten opzichte van de standaard verkrijgbare fabrieksauto’s. Veiligheid wordt binnen de rallysport groot geschreven en de deelnemende auto’s worden voor iedere rally door technische commissarissen aan een uitgebreide veiligheidscontrole onderworpen.

De klassementsproeven zijn voor het overige verkeer afgesloten stukken openbare weg. In Nederland worden ook regelmatig klassementsproeven op industrieterreinen verreden. Deze klassementsproeven bevatten vaak een zogenaamde rondkoers, waarbij de deelnemende auto’s meerdere rondes rijden alvorens het parcours te verlaten en via de openbare weg, waarbij ze zich aan de geldende verkeerswetten van het land waarin de rally plaatsvindt moeten houden, naar de volgende klassementsproef te rijden. Als een rally over meerdere dagen verspreid wordt, spreken we van etappes. Gedurende de nacht worden de auto’s dan in een Parc Fermé geparkeerd.

Bekende voorbeelden van rally’s zijn het World Rally Championship, een competitie over een groot aantal weekendrally’s in de wereld, en Parijs-Dakar, een ruim twee weken durende rally door Europa en Noord-Afrika.